BEHOORT EEN SPAARREKENING VAN EEN MINDERJARIG KIND TOT DE HUWELIJKSGEMEENSCHAP VAN DIENS OUDERS?

20 november 2020

In de meeste echtscheidingsprocedures zijn ouders het erover eens dat de spaarrekeningen van de kinderen en de spaartegoeden die daar op staan niet in de verdeling worden betrokken en dat deze rekeningen ten behoeve van de kinderen worden voortgezet. Of ouders verdelen het spaarsaldo van de rekening, zodat iedere ouder op een eigen spaarrekening voor de kinderen verder kan sparen. Een enkele keer komen ouders er niet uit en leidt de spaarrekening van een kind tot discussie, zo ook in de navolgende zaak.

Wat was er aan de hand?
Partijen zijn op 26 mei 2006 gehuwd in de wettelijke gemeenschap van goederen. Op 16 december 2015 hebben partijen een verzoek tot echtscheiding ingediend bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant. De rechtbank heeft op 29 december 2015 de echtscheiding uitgesproken en daarbij is bepaald dat het tussen partijen gesloten echtscheidingsconvenant en ouderschapsplan deel uitmaken van de beschikking. De echtscheidingsbeschikking is vervolgens op 20 januari 2016 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

Uit het huwelijk van partijen is in 2012 een thans nog minderjarig kind geboren. Bij beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 13 februari 2020 is bepaald dat het gezag over de minderjarige met ingang van die datum alleen aan de man toekomt. Op 19 december 2019 heeft de vrouw een geldbedrag van € 15.000,– en € 1.248,68 van de spaarrekening van de minderjarige overgeboekt naar haar eigen bankrekening. De man is vervolgens een procedure gestart, waarin hij kort gezegd alsnog verdeling van de spaarrekening van de minderjarige vordert, omdat de spaarrekening tot de te verdelen huwelijksgemeenschap behoorde. De vrouw is in de procedure niet verschenen en tegen haar is verstek verleend.

Oordeel rechtbank
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft overwogen dat krachtens artikel 1:253l van het burgerlijk wetboek (BW) elke ouder die het gezag over zijn kind uitoefent, slechts het vruchtgenot over het vermogen van zijn kind heeft. Het saldo van de bankrekening van het kind behoort tot het vermogen van de minderjarige. Op de ouders rust op grond van artikel 1:253j BW de verplichting het bewind over het vermogen van hun kind als goede bewindvoerder uit te voeren. De spaarrekening staat op naam van de minderjarige en uit een eerdere uitspraak van de Hoge Raad van 9 februari 2007 volgt dat dit niet het enige aanknopingspunt is. Uit de tenaamstelling van de rekening, enkel op naam van de minderjarige, en de overige door de man gestelde feiten en omstandigheden volgt dat het de bedoeling van partijen was om voor de minderjarige te sparen en dat het uitdrukkelijk niet de bedoeling van partijen was om het saldo van de spaarrekening voor eigen doeleinden aan te wenden. Het saldo van de spaarrekening behoort derhalve tot het eigen vermogen van de minderjarige en niet tot de te verdelen ontbonden huwelijksgemeenschap.

In het vonnis heeft de rechtbank de vorderingen van de man afgewezen. De man heeft vervolgens hoger beroep ingesteld.

Oordeel in hoger beroep
Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft in het arrest van 6 oktober 2020 (ECLI:NL:GHSHE:2020:3080) het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 8 juli 2020 bekrachtigd en geoordeeld dat de rechtbank terecht en op goede gronden heeft overwogen dat het saldo van de spaarrekening krachtens het bepaalde in artikel 1:253l BW in verbinding met 1:253j BW behoort tot het vermogen van de minderjarige. Dit is ook in overeenstemming met de kennelijke bedoeling van partijen; het opbouwen van een spaartegoed voor de minderjarige. Dit betekent dat het saldo geen deel uitmaakt van de huwelijksgemeenschap en de man geen verdeling daarvan kan vorderen.

De beslissing van de rechtbank is in hoger beroep dus in stand gebleven.

Voor meer informatie:
Tamara Putters
putters@vanzeijlbijlaartsen.nl 
T: 0341- 420606

Meer weten?
Wij helpen u graag verder