De beëindiging met wederzijds goedvinden en een transitievergoeding

18 april 2016

In beginsel heeft een werknemer recht op een transitievergoeding indien hij twee jaar of langer in dienst is en de werkgever de arbeidsovereenkomst opzegt of laat ontbinden bij de rechter. Maar wat is de situatie indien de werkgever en werknemer met wederzijds goedvinden afscheid van elkaar nemen?

Onlangs speelde bij de rechtbank Midden-Nederland de volgende casus. Werkgever en werknemer hadden de arbeidsovereenkomst van de werknemer met wederzijds goedvinden, dus door middel van een vaststellingsovereenkomst, beëindigd en aan de werknemer werd geen transitievergoeding of enige andere vergoeding toegekend. Na de bedenktermijn van twee weken, die de werknemer ongebruikt liet verstrijken, kreeg de werknemer spijt van de getroffen regeling en verzocht hij de kantonrechter om alsnog een transitievergoeding aan hem toe te kennen.

De werknemer was van mening dat de vaststellingsovereenkomst feitelijk neerkwam op zijn instemming met de opzegging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever. Dit zou betekenen dat de werkgever een transitievergoeding verschuldigd zou zijn aan de werknemer. De kantonrechter ging hier niet in mee. De opzegging van de arbeidsovereenkomst is namelijk iets anders dan de beëindiging met wederzijds goedvinden. Daarnaast stelde de werknemer zich op het standpunt dat, gezien de eisen van goed werkgeverschap, op de werkgever een mededelingsplicht rustte voor wat betreft zijn mogelijke aanspraken op een transitievergoeding. Ook hier ging de kantonrechter niet in mee. De in de Wet geregelde bedenktermijn van twee weken biedt voldoende gelegenheid voor de werknemer om achteraf de juridische consequenties van de vaststellingsovereenkomst te laten beoordelen. De eisen van het goed werkgeverschap reiken niet zover dat er een actieve mededelingsplicht op de werkgever rust, aldus de kantonrechter.

Conclusie
In voorgaande uitspraak benadrukt de kantonrechter dat de beëindiging met wederzijds goedvinden geen ontbinding is, en evenmin een opzegging in de zin van de Wet. Hoewel het tijdens de onderhandelingen over de beëindiging met wederzijds goedvinden veelal wel gebruikelijk is om een vergoeding toe te kennen aan de werknemer bestaat er geen wettelijke verplichting tot het betalen van een transitievergoeding. Nog belangrijker, de kantonrechter te Utrecht heeft beslist dat bij de beëindiging met wederzijds goedvinden op de werkgever geen mededelingsplicht rust ten aanzien van de mogelijke aanspraken van de werknemer op een transitievergoeding.

Voor meer informatie:
Willemijn Timmer
w.timmer@vanzeijlbijlaartsen.nl
T. 0341-420606
Van Zeijl Bijl Aartsen Advocaten. Vertrouwd.

Meer weten?
Wij helpen u graag verder