Juridische problemen beëindiging ongehuwd samenlevers

2 november 2016

Steeds meer mensen kiezen ervoor om niet te trouwen of een geregistreerd partnerschap aan te gaan. Aangeduid als ‘on- gehuwde samenlevers’. Bij beëindiging van dergelijke relaties, treden echter de nodige ( juridische) problemen op. Daar zijn maar weinig mensen zich bewust van. Nu het aantal ongehuwde samenwonenden stijgt – eind 2015 (afgerond) 934.000 – is het goed om in een kort overzicht uiteen te zetten welke problemen zich kunnen voordoen.

PARTNERALIMENTATIE
Er bestaat geen wettelijke verplichting voor ongehuwde samenlevers om partneralimentatie te betalen na uiteen gaan. Het staat samenwonenden wel vrij om hierover een afspraak in een samenlevingsovereenkomst op te nemen, dan wel in een scheidingsconvenant. Echter, de wijze van formulering is daarbij van groot belang!

Uit jurisprudentie blijkt dat, als men in een samenlevingsovereenkomst volledig aansluiting wenst te zoeken bij de regels die gelden voor ex-echtgenoten, dit ook expliciet dient te  worden vastgelegd  in een samenlevings-overeenkomst, met verwijzing naar de zogenoemde Alimentatienormen. Als het niet de bedoeling is om volledig aansluiting te zoeken bij de berekening van alimentatie zoals bij ex-echtgenoten, moet concreet worden opgenomen op welke andere wijze de onderhoudsbijdrage vastgesteld dient te worden, of en wanneer deze gewijzigd kan worden en hoe lang de onderhoudsverplichting duurt. De regels die zien op de vaststelling van partneralimentatie zoals vastgelegd in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek zien dan niet op deze situaties, hetgeen tot grote problemen kan leiden, zoals bijvoorbeeld het niet kunnen wijzigen of beëindigen van de afspraken.

HYPOTHEEKRENTE
Kopen samenlevers zonder samenlevingsovereenkomst samen een woning, dan ontstaat een eenvoudige gemeenschap. Uitgangspunt van de wet is dat de aandelen van beiden gelijk zijn. Dit brengt mee, dat ieder recht heeft op de helft van de waarde van de woning. Wat betreft de kosten die verband houden met de woning, dienen de deelgenoten in dezelfde evenredigheid bij te dragen tot de uitgaven (helft hypotheekrente). Als bijvoorbeeld de vrouw is gestopt met werken om voor de kinderen te zorgen en niet meer bijdraagt in de kosten, dan kan de man deze later alsnog terugvorderen. De vrouw moet dan bewijzen dat er afspraken zijn gemaakt over de betaling van de hypotheekrente. Veelal kan zij dit niet bewijzen. Het feit dat de man de hypotheekrente heeft betaald rechtvaardigt niet de conclusie dat hij daarmee heeft afgezien van verhaal van de rentebetalingen op de vrouw.

VERJARING
Een vordering kan al tijdens de samenleving verjaren. Bijvoorbeeld: een vrouw financiert een auto voor de man. Pas bij beëindiging van de samenleving maakt de vrouw aanspraak op haar vergoedingsrecht. Op dat moment kan de vordering van de vrouw zijn verjaard. Had de vrouw wel succesvol aanspraak willen maken op haar vergoedingsrecht, dan had zij dus tijdens de samenleving de vordering moeten inroepen, althans de verjaring moeten stuiten. Het spreekt bijna voor zich dat de meeste mensen dit niet zullen doen wanneer zij nog gelukkig samenleven. Dit los van het feit dat bijna niemand zich bewust zal zijn van de noodzaak de verjaring te stuiten.

CONCLUSIE
Zolang een wettelijke regeling ontbreekt voor deze groep samenlevers, blijft er een taak voor gespecialiseerde advocaten weggelegd om mensen te informeren over de mogelijke juridische consequenties van het ongehuwd samenwonen. Onze advocaten kunnen vooraf informeren, maar ook bij beëindiging van de samenleving gedegen bijstand verlenen.

VOOR MEER INFORMATIE:
Charlotte Gazendam
gazendam@vanzeijlbijlaartsen.nl
T: 0341- 420606
VAN ZEIJL BIJL AARTSEN ADVOCATEN. VERTROUWD

 

 

Meer weten?
Wij helpen u graag verder