Nieuw: de Wet Flexibel Werken

17 januari 2016

Met ingang van 1 januari 2016 zal de Wet Flexibel Werken in werking treden. Deze Wet wijzigt de Wet Aanpassing Arbeidsduur.
Werknemers krijgen hierdoor het recht om de werkgever te verzoeken om naast de arbeidsduur, tevens de werktijden of de arbeidsplaats te wijzigen. Deze wet beoogt het flexibel werken te bevorderen, zodat werknemers meer mogelijkheden krijgen om te werken op de door hen gewenste plaats en op voor hen gunstige tijden.

WIJZIGING HUIDIGE WET AANPASSING ARBEIDSDUUR
Op grond van de huidige Wet Aanpassing Arbeidsduur kan de werknemer nu reeds een verzoek doen aan zijn werkgever om meer of juist minder uren te gaan werken. De werknemer dient minimaal één jaar in dienst te zijn, het verzoek dient minimaal vier maanden voor de beoogde ingangsdatum schriftelijk te zijn aangevraagd en mag ‘slechts’ één keer in de twee jaar na een eerder verzoek worden verzocht.

WAT VERANDERT ER?
Met inwerkingtreding van de Wet Flexibel Werken vindt naast het recht op aanpassing van de arbeidsduur een uitbreiding plaats waarbij een werknemer de mogelijkheid krijgt om een verzoek in te dienen om ook zijn werktijden of zijn arbeidsplaats te wijzigen. De wijziging van de arbeidsplaats zal in de praktijk met name om een verzoek om thuiswerken gaan. Ook zijn de termijnen waarbinnen een werknemer een aanpassingsverzoek kan doen verkort.

Werknemers kunnen vanaf 1 januari 2016 al een aanpassingsverzoek doen als zij in ieder geval een half jaar in dienst zijn. De werknemer dient zijn verzoek minimaal twee maanden (in plaats van vier maanden naar huidig recht) voor de beoogde ingangsdatum, schriftelijk bij de werkgever in te dienen. Hij kan vervolgens één jaar (in plaats van na twee jaar naar huidig recht) na een wijziging of een afwijzing van een eerder verzoek een nieuw aanpassingsverzoek doen.

De werkgever dient vervolgens minimaal één maand voor de beoogde ingangsdatum schriftelijk te beslissen op het verzoek van de werknemer. Indien de werkgever niet of niet tijdig beslist, dan treedt de door de werknemer verzochte wijziging in.

Het feit dat de werknemer vanaf 1 januari 2016 het recht heeft om een verzoek tot aanpassing te doen, betekent echter niet dat de werkgever altijd verplicht is het verzoek van de werknemer in te willigen. Het verzoek van de werknemer om zijn werktijden of arbeidsduur te wijzigen dient goed gemotiveerd te worden ingediend. De werkgever is gehouden met het verzoek in te stemmen, tenzij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich daartegen verzetten. Bij afwijzing van het verzoek, dient de werkgever duidelijk te motiveren waarom zwaarwegende bedrijfs- of
dienstbelang zich verzetten tegen de aanpassing. Als het verzoek van de werknemer bijvoorbeeld leidt tot ernstige problemen op het gebied van veiligheid, als de werkgever te veel of juist onvoldoende werk voorhanden heeft of als het financieel niet haalbaar is, dan kan de werkgever het verzoek van de werknemer afwijzen.

Bij een verzoek tot aanpassing van de arbeidsplaats, hoeft een werkgever niet aan te tonen dat zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangcriterium tegen toewijzing van het verzoek verzetten.
Als de werkgever het verzoek tot aanpassing van de arbeidsplaats wil afwijzen, dan dient hij dit na overleg met de werknemer en eveneens goed gemotiveerd te doen. Duidelijk moet zijn dat het belang van de werkgever zwaarder weegt dan het belang van de werknemer. Bijvoorbeeld indien het een locatie gebonden functie betreft zoals onder andere kok, lerares, productiemedewerker en horecapersoneel, dan kan dit een goede reden zijn om het verzoek van de werknemer af te wijzen.

UITZONDERING VOOR KLEINE ONDERNEMINGEN
Het recht op aanpassing van de arbeidsduur geldt niet voor werknemers werkzaam bij kleine werkgevers, dat wil zeggen werkgever met minder dan tien werknemers in dienst. Werkgevers met minder dan tien werknemers dienen voor de eventuele aanpassing van de arbeidsduur zelf een regeling te treffen met de werknemers. Dit is niet anders dan zoals nu in de Wet Aanpassing Arbeidsduur. Voor wat betreft de aanpassing van arbeidstijden en de arbeidsplaats geldt er geen uitzondering voor de kleine werkgevers.

De Wet Flexibel Werken bevordert dus dat een aanpassingsverzoek van de werknemer zoveel mogelijk moet worden ingewilligd en beperkt de ruimte van de werkgever om het verzoek af te wijzen. Ontvangt u na 1 januari 2016 een aanpassingsverzoek, laat u dan goed adviseren over wat te doen.

VOOR MEER INFORMATIE:
Luciënne Koelewijn
koelewijn@vanzeijlbijlaartsen.nl
T: 0341- 420606

Van Zeijl Bijl Aartsen Advocaten. Vertrouwd. 

 

 

Meer weten?
Wij helpen u graag verder