Ontslag na overgang van onderneming wel of niet rechtsgeldig?

19 februari 2026

Ontslag van werknemers vanwege een overgang van onderneming is niet toegestaan. Althans niet vanwege de overgang van onderneming zelf. Dit is een zogenoemd opzegverbod.  Indien na overgang van onderneming een reorganisatie plaatsvindt en er is sprake van ETO- redenen (economische, technische of organisatorische redenen) dan kan wel een geldig ontslag volgen.

De Hoge Raad heeft 6 februari jl. geoordeeld dat hoewel het om ETO-redenen gaat die geen intrinsiek verband houden met overgang van onderneming, dit niet betekent dat er helemaal geen enkel verband mag bestaan tussen de overgang van onderneming en ETO -redenen.

Casus
De werkneemster was sinds 1994 in dienst bij Roden Supermarkt B.V., laatstelijk als personeelsvertegenwoordigster. Na een overgang van onderneming binnen de Jumbo-franchise in 2023 kwam de supermarkt in handen van Maripaan Groep B.V. Maripaan concludeerde dat de functie van werkneemster niet meer paste binnen de organisatie, omdat HR-taken centraal waren ondergebracht bij een servicekantoor. Na vergeefse herplaatsingsgesprekken vroeg de werkgever ontslag aan wegens bedrijfseconomische redenen. Hoewel het UWV geen toestemming voor ontslag verleende, heeft de kantonrechter de arbeidsovereenkomst alsnog ontbonden. Het hof bevestigde deze beslissing en oordeelde dat het ontslag verband hield met bedrijfseconomische redenen en niet met de overgang van onderneming. De werkneemster stelde daarop cassatieberoep in.

Hoge Raad
Volgens de werkneemster was sprake van het opzegverbod. Zij meende dat ze werd ontslagen vanwege de overgang van onderneming. Het hof heeft volgens haar miskend dat in gevallen waarin aan het ontslag ETO-redenen ten grondslag worden gelegd, het voor de beantwoording van de vraag of het opzegverbod van artikel 7:670 lid 8 BW van toepassing is, niet volstaat om te beoordelen of aan de reguliere criteria voor een bedrijfseconomisch ontslag is voldaan. Het hof had tevens moeten beoordelen of de door de werkgever aangevoerde ETO-redenen geen intrinsiek verband houden met de overgang van onderneming, aldus de werkneemster.

De Hoge Raad oordeelt hier anders over.

De Hoge Raad oordeelt dat bij een overgang van onderneming ontslag mogelijk is om ETO-redenen, ook als er wel enig verband bestaat met de overgang zelf. Vereist is niet dat elk verband ontbreekt, maar dat de ontslagreden geen intrinsiek verband houdt met de overgang. Daarbij moet een billijk evenwicht worden gevonden tussen de bescherming van werknemers en de belangen van de verkrijger, die zijn organisatie moet kunnen aanpassen.

Het hof heeft terecht onderzocht of er een voldoende zelfstandig verband bestond tussen de reorganisatie en de overgang. Omdat de functie van personeelsmedewerker niet paste binnen de bedrijfsvoering van de verkrijger en deze de werkzaamheden anders wilde organiseren (centralisatie van administratie), mocht het hof oordelen dat het ontslag verband hield met de gekozen exploitatievorm en niet uitsluitend met de overgang zelf. Dat oordeel is volgens de Hoge Raad juridisch juist en voldoende gemotiveerd.

Kortom
Als er ontslagen volgen na een overgang van onderneming dan is het afhankelijk van de verschillende omstandigheden van het geval of het ontslag gerechtvaardigd is. Het enkele feit dát de ontslagen volgen na een overgang maakt niet per definitie dat sprake is van een ongeldig ontslag. De verkrijger moet de mogelijkheid krijgen om de aanpassingen en veranderingen te kunnen doorvoeren waartoe de voortzetting van de activiteiten van de onderneming noopt.

Voor meer informatie
Heeft u meer vragen of wilt u meer informatie over dit onderwerp, neem dan gerust even contact op.

Luciënne ter Haar
terhaar@vzba.nl
T: 0341-420606