Hoge Raad: wettelijke rente en wettelijke verhoging over te laat betaald loon na faillissementsdatum
In zijn prejudiciële beslissing van 13 februari 2026 heeft de Hoge Raad een aantal vragen op het snijvlak van insolventierecht en arbeidsrecht beantwoord.
Achtergrond
Het betreft een proefprocedure die FNV is gestart tegen een curator om duidelijkheid te verkrijgen over de vraag of de boedel wettelijke rente en de wettelijke verhoging over het niet tijdig betaalde loon verschuldigd is en of dit preferente boedelschulden zijn.
In geval van een faillissement zal een curator in beginsel alle arbeidsovereenkomsten met het personeel opzeggen. Het loon over de door een curator ná faillissementsdatum in acht te nemen opzegtermijn wordt door het UWV onder de loongarantieregeling van de Werkloosheidswet aan het personeel betaald. Vanwege de administratieve verwerking binnen het UWV wordt het loon over de opzegtermijn vaak later dan gebruikelijk aan het personeel uitbetaald.
Wettelijke rente
De Hoge Raad oordeelt dat als loon over de opzegtermijn te laat wordt betaald, de daarover verschuldigde wettelijke rente ook als boedelschuld moet worden aangemerkt. Een gebrek aan geldmiddelen levert geen overmacht op. Daarbij is niet van belang of de werknemer recht heeft op een uitkering van het UWV op grond van de loongarantieregeling.
Wettelijke verhoging
De wettelijke verhoging is kort gezegd een sanctie op niet tijdige betaling van het loon en kan oplopen tot maximaal 50% van het verschuldigde loon. Wel geldt als voorwaarde dat de niet-tijdige betaling aan de werkgever moet kunnen worden toegerekend. De wettelijke verhoging komt boven op de wettelijke rente.
De Hoge Raad oordeelt dat aanspraak bestaat op de wettelijke verhoging. De enkele omstandigheid dat sprake is van een faillissement, is geen reden om geen wettelijke verhoging toe te kennen. Een gebrek aan geldmiddelen staat aan toerekening niet in de weg, ook niet wanneer onzeker is of het boedelactief toereikend is om alle boedelschuldeisers te voldoen. Wel kan de rechter gebruik maken van zijn matigingsbevoegdheid en de wettelijke verhoging verlagen tot nihil.
Rangorde boedelvordering
Vaak zijn in een faillissement onvoldoende geldmiddelen voorhanden om alle schuldeisers te voldoen. Een hogere rangorde betekent daarmee een grotere kans dat ook daadwerkelijk een uitkering op de vordering kan plaatsvinden.
De Hoge Raad oordeelt dat aan de wettelijke rente geen voorrang is verbonden. De wettelijke verhoging is op grond van artikel 3:288, aanhef en onder e, BW wel een bevoorrechte boedelschuld.
Informatieplicht curator
De Hoge Raad oordeelt tot slot dat een behoorlijke taakuitoefening van de curator kan meebrengen dat hij werknemers op de hoogte stelt van hun mogelijke aanspraken op wettelijke rente en wettelijke verhoging. Een kennisgeving daarvoor is voldoende.
Voor meer informatie
Heeft u vragen over dit onderwerp en/of andere vorderingen in een faillissement? Neem dan gerust even contact op.
Erik Kuper
kuper@vzba.nl
0341-420606
Gerelateerd
-
5 maart 2026
Hoge Raad: wettelijke rente en wettelijke verhoging over te laat betaald loon na faillissementsdatum
-
23 september 2025
Persbericht: geen doorstart voor CelaVita Foods B.V.
-
4 september 2025
Frans Aartsen benoemd tot curator in het faillissement van CêlaVíta Foods B.V.
-
23 februari 2023
STAND VAN ZAKEN TIJDELIJKE WET TRANSPARANTIE TURBOLIQUIDATIE