Hoofdverblijfplaats kinderen na scheiding

23 juli 2026

Steeds vaker is de zorg voor kinderen na scheiding gelijkwaardig verdeeld. Wanneer kinderen (nagenoeg) evenveel tijd bij beide ouders verblijven, kun je je afvragen waar de kinderen dan hun hoofdverblijfplaats hebben. De hoofdverblijfplaats is over het algemeen nauw verweven met de zorgregeling. Daar waar het zwaartepunt van de zorg ligt, is in de meeste gevallen de hoofdverblijfplaats van minderjarigen. Op 17 april 2026 heeft de rechtbank Rotterdam een bijzondere uitspraak gedaan over de hoofdverblijfplaats van de kinderen.

Wat was de casus?
De moeder verzocht in de echtscheidingsprocedure de rechtbank te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij haar zal zijn. De vader heeft gemotiveerd verweer gevoerd en verzocht zelfstandig te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij hem zal zijn. De zorg met betrekking tot de kinderen is eerder door de rechtbank in een voorlopige voorziening vastgesteld, waarbij de kinderen per veertien dagen negen dagen bij de vrouw verblijven en 5 dagen bij de man.

Beslissing rechtbank
De rechtbank heeft de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij beide ouders bepaald. De rechtbank is van oordeel dat er sprake is van een gelijkwaardig ouderschap nu partijen sinds hun feitelijk uiteengaan beiden een wezenlijk aandeel in de zorg en opvoeding van de minderjarigen hebben. Met het bepalen van het hoofdverblijf wordt aan dit gelijkwaardig ouderschap uitdrukking gegeven, aldus de rechtbank. Bovendien, zo overweegt de rechtbank verder, vraagt dit een gelijke verantwoordelijkheid van ouders. Voor gelijkwaardig ouderschap is niet vereist dat de zorg voor de minderjarigen exact gelijkelijk is verdeeld.

De inschrijving van de minderjarigen in de Basisregistratie Personen (BRP) staat hier los van. Een inschrijving in de BRP kan slechts op één adres. De rechtbank Rotterdam heeft bepaald dat de kinderen ingeschreven zullen staan op het adres van hun moeder, omdat dit voor de continuïteit van al ingezette hulpverlening van belang is.

Uitzondering of nieuwe ontwikkeling?
Voor zover bij mij bekend, is dit de eerste uitspraak waarbij de hoofdverblijfplaats van minderjarige kinderen bij beide ouders is bepaald. Gebruikelijk is dat rechtbanken over het algemeen de hoofdverblijfplaats bij één van beide ouders bepaald. Kort na de uitspraak van de rechtbank Rotterdam heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een beschikking van 12 mei 2026 ook geoordeeld dat de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij beide ouders wordt bepaald. Het Gerechtshof wilde hiermee tot uitdrukking te brengen dat de vader een even grote rol in de verzorging en opvoeding van de kinderen heeft als de moeder. Het Gerechtshof is van oordeel dat het – vanwege het loyaliteitsconflict van de kinderen – niet in hun belang is als de één bij de moeder en de ander bij de vader haar hoofdverblijfplaats heeft. Dit zou – onbewust – een gevoel van ongelijkheid tussen de kinderen kunnen veroorzaken. In dit geval vindt het Gerechtshof het ook niet in het belang van de kinderen om geen hoofdverblijfplaats toe te wijzen.  

Door de Gerechtshoven Arnhem-Leeuwarden en ’s-Hertogenbosch zijn er in 2018 en 2019 een paar uitspraken gedaan, waarbij het verzoek om de hoofdverblijfplaats bij de één of de andere ouder te bepalen is afgewezen en er geen hoofdverblijfplaats is vastgesteld. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden overwoog in zijn uitspraak van 15 maart 2018 dat bepaling van het hoofdverblijf bij één van de ouders geen recht doet aan de gelijkwaardige rol die de ouders in geval van co-ouderschap vervullen. Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch zag in zijn uitspraak van 14 april 2019 geen aanleiding om te bepalen dat de kinderen hun hoofdverblijf zullen hebben bij één van hen, omdat partijen thans uitvoering geven aan een gelijkwaardig co-ouderschap. De kinderen verblijven immers evenveel bij de man als bij de vrouw. Het Gerechtshof vindt het daarom niet in het belang van de kinderen om het hoofdverblijf bij één van partijen vast te stellen. Bepaling van het hoofdverblijf bij één van de ouders doet geen recht aan de gelijkwaardige rol die partijen in geval van co-ouderschap vervullen. Daarnaast zal de vaststelling van het hoofdverblijf, welke term voor partijen een emotionele lading kan hebben, tot conflicten kunnen leiden.

De vraag voor nu is of de uitspraak van de rechtbank Rotterdam en het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden door meer rechtbanken en Gerechtshoven gevolgd zal worden, of dat het bij een uitzondering blijft.

Meer informatie
Wilt u meer weten of heeft u vragen over dit onderwerp? Neem dan gerust contact op.

Tamara Putters
putters@vanzeijlbijlaartsen.nl
T: 0341- 420606