Wetsvoorstel drempelverlaging omgang grootouders ingetrokken

9 april 2026

Op 17 mei 2023 is een wetsvoorstel ingediend om boek 1 van het Burgerlijk Wetboek te wijzigen, zodat de drempel voor grootouders wordt verlaagd om een omgangsregeling met hun kleinkinderen te kunnen verzoeken. In Nederland moeten grootouders die een verzoek tot het vaststellen van een omgangsregeling indienen bij de rechter, eerst aantonen dat zij ontvankelijk zijn in hun verzoek door te bewijzen dat er een nauwe persoonlijke betrekking bestaat. Als zij daarin slagen wordt het verzoek vervolgens inhoudelijk door de rechter behandeld. Met het wetsvoorstel beoogde het kabinet hier verandering in te brengen door een nauwe persoonlijke betrekking als vanzelfsprekend te zien.

Behandeling van het wetsvoorstel
Op 25 juni 2024 is het wetsvoorstel aangenomen door de Tweede Kamer en op 10 maart 2026 heeft de Eerste Kamer over het wetsvoorstel gedebatteerd. De Eerste Kamerleden gaven aan dat het een groot goed is als grootouders een rol spelen in het leven van kinderen. Maar het wetsvoorstel riep ook veel vragen bij hen op. Verschillende woordvoerders wezen erop dat met dit wetsvoorstel het belang van het kind ondergeschikt lijkt te worden gemaakt aan de belangen van de grootouders. Dat vinden zij onwenselijk. Verder vroegen zij of het wetsvoorstel wel nodig is (‘welk probleem lost dit wetsvoorstel op?’) en of het niet voor een onnodige toename van het aantal omgangszaken zal zorgen. Ook maakte de Kamer zich zorgen dat dit de werkdruk bij de rechtbank nog meer zal vergroten.

In het wetsvoorstel gaat het om een nauwe persoonlijke betrekking van juridische grootouders. Dat onderscheid met anderen, zoals sociale grootouders, bijvoorbeeld in het geval van meeroudergezinnen, maar ook ooms en tantes, stuitte op bezwaren bij een deel van de Kamer. Voorstanders van de wet zeiden juist te geloven in de essentiële rol van grootouders in het leven van hun kleinkinderen.

Nadat de vragen van de Eerste Kamer door staatssecretaris Van Bruggen zijn beantwoord, heeft zij verzocht om het wetsvoorstel aan te houden voor beraad en inhoudelijke bespreking in de ministerraad.

Op 23 maart 2026 heeft de regering aangekondigd dat het wetsvoorstel wordt ingetrokken. Met deze aankondiging komt er een einde aan de behandeling van het wetsvoorstel.

Wat betekent de intrekking van het wetsvoorstel voor grootouders?
Voor grootouders die graag omgang willen met hun kleinkinderen betekent de intrekking van het wetsvoorstel dat zij nog steeds moeten aantonen dat zij een nauwe persoonlijke betrekking hebben met hun kleinkind(eren). Uit de rechtspraak blijkt dat biologische verwantschap een relevante omstandigheid is. Er dienen alleen wel bijzondere omstandigheden te worden gesteld, voordat kan worden geconcludeerd dat er tussen een grootouder en kleinkind een nauwe persoonlijke betrekking bestaat of een band die kan worden aangemerkt als ‘family life’ in de zin van art. 8 lid 1 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). De bijzondere omstandigheden dienen meer in te houden de gebruikelijke familiecontacten tussen een grootouder en kleinkind. 

Voor meer informatie
Heeft u vragen over dit onderwerp? Neem dan gerust contact op.

Tamara Putters
putters@vanzeijlbijlaartsen.nl
T: 0341-420606