Tamara Putters

Tamara Putters is gespecialiseerd in het personen- en familierecht. Zij heeft een ruime kennis van en ervaring in het echtscheidingsrecht en daaraan verwante familierechtelijke vraagstukken, zoals huwelijkse voorwaarden, alimentatie, gezag, verdeling en omgangsregeling. Tamara heeft daarnaast een algemene civiele (proces)praktijk. Ook houdt zij zich bezig met psychiatrisch patiëntenrecht.

Advocaat sinds 2001

Opleiding: Nederlands recht, Rijksuniversiteit te Utrecht

Basisopleiding Scheidingsbemiddeling bij het Instituut voor Mediation en Familierecht Opleidingen

vFAS Specialisatieopleiding Personen- en Familierecht (cum laude)

Lid vFAS (Vereniging van Familierecht Advocaten Scheidingsbemiddelaars)

Lid vPAN (vereniging van Psychiatrisch patiëntenrecht Advocaten Nederland)

Contact

Tamara Putters

+31 (0)341 – 42 06 06

Linkedin

Meer weten?
Wij helpen u graag verder

Mijn
expertise

Personen- en familierecht

Binnen het Personen- en Familierecht houden onze advocaten zich bezig met echtscheiding, partner- en kinderalimentatie, omgangsregelingen, huwelijksvoorwaarden, de verdeling van huwelijksgoederengemeenschap en de toepassing van verrekenbedingen in huwelijkse voorwaarden, het erfrecht, financiële planning, adoptie, naamswijziging en psychiatrisch recht.

Procespraktijk

Naast goede en snelle advisering blijft het voeren van procedures een belangrijk onderdeel van de praktijk. Allereerst omdat het voeren van procedures onlosmakelijk met de advocatuur verbonden is en van oudsher de “core business” vormt, maar vooral ook omdat proceservaring een vereiste is voor een goede advisering.

Actualiteiten

28 februari 2020

WAT IS HET GEVOLG VAN HET OVERSCHRIJDEN VAN DE TWEEWEKENTERMIJN VOOR HET UITWERKEN VAN DE MONDELINGE UITSPRAAK?

Op 1 september 2017 is artikel 30p van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in werking getreden. Vóór de inwerkingtreding is er volop discussie geweest over de wenselijkheid van dit artikel en ná de inwerkingtreding is de vraag gerezen hoe dit artikel zich verhoudt tot de bestaande praktijk. Hoge Raad in 2018De Hoge Raad heeft in de uitspraak van 20 april 2018 (ECLI:NL:HR:2018:650) geoordeeld dat art. 30p Rv er niet aan in de weg staat dat gerechten hun bestaande praktijk handhaven om in spoedeisende zaken mondeling uitspraak te doen en die verder op schrift uit te werken, ook in het geval een van partijen niet ter zitting is verschenen. De bepaling van art. 30p Rv ziet, mede blijkens de daarop gegeven toelichting, kennelijk met name op eenvoudige zaken, waarin geen spoedeisend

Procespraktijk